Omzetting EED naar Vlaamse wetgeving en de nieuwe EBO3
- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Honderden extra Vlaamse bedrijven krijgen energieverplichtingen
De Vlaamse overheid werkt volop aan de omzetting van de Europese Energy Efficiency Directive (EED) naar Vlaamse regelgeving. Tegelijk krijgt ook de volgende generatie van de Energiebeleidsovereenkomst (EBO3) vorm. Hoewel de definitieve teksten pas begin juli worden verwacht, zijn de grote lijnen inmiddels duidelijk. En die zullen voor heel wat ondernemingen een aanzienlijke impact hebben. Vooral bedrijven die vandaag net buiten het toepassingsgebied vallen, doen er goed aan zich nu al voor te bereiden. Wat verandert er precies en wat betekent dat voor jouw organisatie?

Waarom deze wijzigingen er komen
De herziene Europese EED legt de lat hoger voor energie-efficiëntie binnen bedrijven. Europa heeft het kader hiervoor uitgewerkt en het is nu aan de lidstaten om de opgelegde verplichtingen te vertalen naar nationale regelgeving. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) kiest ervoor om de bestaande energieauditverplichtingen en Energiebeleidsovereenkomsten (EBO) in Vlaanderen hierop af te stemmen. En dat brengt dus enkele aanpassingen met zich mee.
VEKA verlaagt auditdrempel fors: van 50 TJ naar 10 TJ
Eén van de meest opvallende wijzigingen is de verlaging van de ondergrens voor de energieauditplicht. Dat betekent dat heel wat bedrijven die vandaag buiten het toepassingsgebied vallen, binnenkort voor het eerst met een energieaudit of bijkomende energiemaatregelen worden geconfronteerd. Dit geldt dus ook voor bedrijven met een verbruik tussen 20 en 50 TJ die volgens het huidige Energiebesluit een energiebalans dienen op te stellen.
Concreet zal de nieuwe regelgeving een onderscheid maken tussen drie categorieën:
Bedrijven tussen 10 en 50 TJ moeten een energieaudit uitvoeren en alle maatregelen met een terugverdientijd van maximaal drie jaar realiseren.
Bedrijven tussen 50 en 100 TJ moeten eveneens een energieaudit uitvoeren en alle maatregelen met een interne rendabiliteit (IRR) van minstens 13% implementeren.
Bedrijven vanaf 100 TJ blijven werken met een conform verklaard energieplan en moeten eveneens alle maatregelen met een IRR van minstens 13% uitvoeren.
Met deze hervorming wil de Vlaamse overheid het bereik van haar energiebeleid uitbreiden. Tegelijk behouden de beleidsmakers het principe dat de zwaarste verplichtingen gelden voor de meest energie-intensieve bedrijven.
EBO3 opent de deur voor een grotere groep bedrijven
Niet alleen de auditverplichtingen worden uitgebreid. Ook de doelgroep van de Energiebeleidsovereenkomst groeit.
Vandaag kunnen enkel bedrijven met een energieverbruik van minstens 100 TJ toetreden tot de EBO. In de voorgestelde EBO3 daalt die instapdrempel naar 85 TJ. Dat is geen detail. De EBO blijft voor veel ondernemingen een belangrijk kader om energiebeheer gestructureerd aan te pakken en tegelijk invulling te geven aan toekomstige verplichtingen. De nieuwe overeenkomst zou lopen van 2027 tot en met 2030, met de mogelijkheid tot verlenging voor een bijkomende periode van vier jaar.
EBO3 brengt meer dan enkel verplichtingen. De Vlaamse overheid voorziet onder meer ook een aantal tegenprestaties:
Juridische stabiliteit: rechtszekerheid over de manier waarop energieverplichtingen worden ingevuld gedurende de looptijd van de overeenkomst.
Prijsvoordeel: aanmelding bij de federale overheid om het huidige Europese minimumaccijnstarief voor aardgas te behouden.
Penalisatieprincipe: toetreding tot EBO3 is gekoppeld aan bepaalde Vlaamse steunmaatregelen.
Energiebeheersysteem wordt verplicht vanaf 85 TJ
Misschien nog belangrijker dan de uitbreiding van de doelgroep is de invoering van een verplichte implementatie van een energiebeheersysteem voor bedrijven vanaf 85 TJ energieverbruik. Voor veel bedrijven betekent dit een belangrijke mentaliteitswijziging. De focus verschuift van periodieke audits naar een continue aanpak waarbij energieprestaties systematisch worden opgevolgd, geëvalueerd en verbeterd.
Concreet betekent dit dat bedrijven zullen moeten aantonen dat energiebeheer structureel is ingebed in hun organisatie. Dat kan via verschillende pistes:
ISO 50001;
ISO 14001 in combinatie met aanvullende energievereisten;
een energiebeheersysteem gebaseerd op de EBO Bijlage 9-vereisten.
Voor ondernemingen die nog niet over een energiebeheersysteem beschikken, kan dit een aanzienlijke voorbereiding vragen. Zij doen er goed aan tijdig na te denken over de nodige processen, verantwoordelijkheden en opvolgingsmechanismen.
EBO3 wordt erkend als volwaardig energiebeheersysteem
Een opvallend element in de voorstellen is de rol die EBO3 krijgt binnen het toekomstige regelgevend kader.
De Vlaamse overheid wil de uitgebreide Bijlage 9 van EBO3 afstemmen op de Europese vereisten voor energiebeheer. Daardoor zou deelname aan EBO3 automatisch kunnen voldoen aan de nieuwe verplichting rond energiebeheersystemen.
Voor bedrijven betekent dit dat de EBO meer wordt dan een vrijwillig energie-efficiëntieprogramma. Ze evolueert naar een praktisch instrument om tegelijk aan verschillende wettelijke verplichtingen te voldoen.
Dat verhoogt niet alleen de relevantie van de overeenkomst, maar maakt EBO-deelname ook interessanter voor bedrijven die een afzonderlijk certificeringstraject willen vermijden.
Wat kunnen bedrijven vandaag al doen?
Hoewel de definitieve teksten nog worden onderhandeld, lijkt de algemene richting vast te liggen. De auditdrempel daalt aanzienlijk, de doelgroep voor EBO3 wordt groter en een energiebeheersysteem wordt een expliciete verplichting voor bedrijven vanaf 85 TJ.
Bedrijven die dicht bij de nieuwe drempels zitten, wachten best niet op de definitieve publicatie. Een analyse van het huidige energieverbruik, de bestaande auditverplichtingen en de maturiteit van het energiebeheer kan veel tijdswinst opleveren zodra de nieuwe regelgeving van kracht wordt.
Ook ondernemingen die vandaag tussen 85 en 100 TJ verbruiken, bekijken best al welke impact een verplicht energiebeheersysteem op hun organisatie kan hebben. De nodige processen opzetten, verantwoordelijkheden vastleggen en de juiste rapportering voorzien, vraagt immers voorbereiding.
De komende hervormingen brengen veranderingen met zich mee, maar geen onoverkomelijke uitdagingen. Met de juiste begeleiding kunnen bedrijven zich tijdig voorbereiden en verrassingen vermijden.
Bij Denercon begeleiden we al jarenlang bedrijven binnen het EBO-kader. We kennen de regelgeving, de rapporteringsvereisten en de verwachtingen van VEKA dan ook door en door. Of je vandaag al deelneemt aan de EBO of binnenkort voor het eerst met een energieaudit of energiebeheersysteem te maken krijgt: je hoeft het traject niet alleen af te leggen.
Wil je weten wat de aangekondigde wijzigingen concreet betekenen voor jouw onderneming? Neem contact op met Denercon voor een eerste analyse van jouw situatie. Daarmee ben je klaar voor de volgende fase van het Vlaamse energiebeleid.
Opgelet: de hierboven beschreven wijzigingen zijn gebaseerd op de huidige ontwerpvoorstellen die eind mei 2026 werden voorgesteld. De definitieve regelgeving en de finale tekst van EBO3 worden volgens de huidige planning begin juli 2026 verwacht.



