Vlaamse regering breidt compensatie voor indirecte emissiekosten uit
- 30 jun
- 5 minuten om te lezen
Wat betekent deze uitbreiding voor jouw bedrijf? Wij beantwoorden de 7 belangrijkste vragen.
De Vlaamse regering heeft een principieel akkoord bereikt over de uitbreiding van de compensatie voor indirecte emissiekosten. Daarmee wil ze ondernemingen in energie-intensieve sectoren beschermen tegen de stijgende elektriciteitskosten die voortvloeien uit het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). Voor bedrijven die in aanmerking komen, kan deze compensatie een belangrijke financiële ondersteuning betekenen. Tegelijk zijn er duidelijke voorwaarden aan verbonden op het vlak van energiebeheer, klimaatbeleid en naleving van de regelgeving. Wat houdt dit nu concreet in? Onze experts leggen het uit aan de hand van zeven vragen.

Vraag 1 - Waarom deze compensatieregeling?
Het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) verplicht onder meer elektriciteitsproducenten om emissierechten aan te kopen voor de CO2-uitstoot die gepaard gaat met hun elektriciteitsproductie. Die kosten rekenen de producenten vervolgens door in de elektriciteitsprijs, waardoor alle klanten dit indirect voelen in hun energiefactuur.
Voor energie-intensieve bedrijven kan die extra kost zwaar doorwegen. In sommige gevallen leidt dat tot een aanzienlijk concurrentienadeel ten opzichte van ondernemingen buiten Europa, waar dergelijke systemen vaak niet bestaan. Daardoor ontstaat het risico dat bedrijven hun productie verplaatsen naar landen met minder strenge klimaatregels. Dit noemt men het koolstoflekkage-effect.
Om dit te vermijden laat Europa lidstaten toe om een deel van de indirecte CO2-kosten te compenseren.
Vraag 2 - Waarom wordt deze compensatieregeling nu uitgebreid?
De Europese Commissie heeft recent bijkomende sectoren geïdentificeerd die door hun hoge elektriciteitsverbruik het sterkst getroffen worden door deze indirecte CO2-kosten en waar er dus een reëel risico op koolstoflekkage bestaat. Vlaanderen pikt hier nu op in door de compensatieregeling ook open te stellen voor deze bijkomende sectoren.
Vraag 3 - Welke sectoren komen in aanmerking?
De compensatieregeling was oorspronkelijk bedoeld voor klassieke elektriciteitsintensieve basisindustrieën, zoals de metaal-, papier- en raffinagesector, waterstofproductie en anorganische chemie. Europa heeft deze lijst nu uitgebreid met 20 extra sectoren. Daardoor komen ook belangrijke delen van de chemische industrie, houtverwerking en keramische sector in aanmerking voor steun. De Vlaamse overheid volgt deze Europese aanpassing. Bijgevolg kan het aantal bedrijven in Vlaanderen dat van deze compensatieregeling gebruik kan maken aanzienlijk stijgen bovenop de 37 Vlaamse bedrijven die vandaag al recht hebben op deze ondersteuning.
Oorspronkelijk in aanmerking komende sectoren | Recente uitbreiding |
Vervaardiging van kleding en leer (14.11) | Winning van andere non-ferrometaalertsen (07.29) |
Vervaardiging van pulp (17.11) | Winning van ijzererts (07.10) |
Vervaardiging van papier en karton (17.12) | Vervaardiging van synthetische rubber in primaire vormen (20.17) |
Vervaardiging van geraffineerde aardolieproducten (19.20) | Vervaardiging van synthetische vezels (20.60) |
Waterstof en anorganische zuurstofverbindingen van niet-metalen (20.11) | Vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen (20.16) |
Vervaardiging van andere anorganische chemische basisproducten (20.13) | Voorbereiding en spinnen van textielvezels (13.10) |
Polyethyleenglycolen en andere polyetheralcoholen, in primaire vormen (20.16.40.15) | Vervaardiging van keramische tegels en plavuizen (23.31) |
Matten en vliezen van glasvezels (23.14.12.10 / 23.14.12.30) | Vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten (20.12) |
Vervaardiging van ijzer en staal en van ferrolegeringen (24.10) | Vervaardiging van non-wovens en producten van non-wovens, met uitzondering van kleding (13.95) |
Productie van aluminium (24.42) | Vervaardiging van glasvezels (23.14) |
Productie van lood, zink en tin (24.43) | Vervaardiging van batterijen en accumulatoren (27.20) |
Productie van koper (24.44) | Vervaardiging van andere organische chemische basisproducten (20.14) |
Productie van andere non-ferrometalen (24.45) | Vervaardiging van meststoffen en stikstofverbindingen (20.15) |
Gieten van ijzer (24.51) | Vervaardiging van oliën en vetten (10.41) |
| Vervaardiging van mout (11.06) |
| Vervaardiging van fineerplaten en houtgebaseerde panelen (16.21) |
| Vervaardiging van vlakglas (23.11) |
| Vervaardiging van holglas (23.13) |
| Koudtrekken van staven (24.31) |
| Koudtrekken van draad (24.34) |
| Gemengde alkylbenzenen en gemengde alkylnaftalenen (20.59.56.70) |
| Slakkenwol, steenwol en vergelijkbare minerale wolproducten (23.99.19.10) |
Vraag 4 - Welke voorwaarden gelden voor deze compensatieregeling?
De compensatie wordt niet automatisch toegekend. Er zijn duidelijk voorwaarden aan verbonden, en dat zowel op ondernemingsniveau als op installatieniveau.
Voorwaarden op ondernemingsniveau
Zo moet de onderneming beschikken over een exploitatiezetel in Vlaanderen en in regel zijn met de geldende milieu- en energiewetgeving.
Daarnaast moet zij een klimaatplan hebben opgesteld waarin wordt beschreven hoe de organisatie wil evolueren naar een koolstofarme bedrijfsvoering tegen 2050.
Voor bedrijven die deelnemen aan de Energiebeleidsovereenkomst (EBO) kan de bestaande klimaatroadmap als klimaatplan gelden.
Daarnaast mag de onderneming volgens de Europese criteria geen onderneming in moeilijkheden zijn en moeten eventuele steunvorderingen of openstaande schulden bij de overheid zijn afgehandeld.
Voorwaarden op installatieniveau
De betrokken installatie moet zich in Vlaanderen bevinden, actief zijn in een in aanmerking komende sector en beschikken over een steunbaar elektriciteitsverbruik van minstens één GWh per jaar.
Voor ondernemingen die tot de EBO-doelgroep behoren, geldt bovendien dat zij gedurende het volledige steunjaar moeten deelnemen aan de toepasselijke EBO en deze correct moeten naleven.
Grote ondernemingen die niet onder de EBO vallen, moeten kunnen aantonen dat zij in regel zijn met de geldende energiewetgeving.
De Vlaamse overheid koppelt de compensatie dus nadrukkelijk aan inspanningen rond energie-efficiëntie en klimaatbeleid.
Let op: na toekenning van de compensatiesteun komen er nog een aantal verplichtingen bij. Deze lichten we verder toe in vraag 6.
Vraag 5 - Hoe wordt de compensatie berekend?
De compensatie wordt berekend per installatie. De exacte berekening is technisch vrij complex en hangt af van verschillende factoren.
Voor bepaalde productieprocessen werkt Europa met zogenaamde productbenchmarks. Daarbij wordt niet gekeken naar het werkelijke elektriciteitsverbruik, maar naar een theoretisch verbruik op basis van de geproduceerde volumes en vooraf vastgelegde efficiëntienormen.
Voor activiteiten waarvoor geen benchmark bestaat, wordt gewerkt met het effectieve elektriciteitsverbruik van de installatie.
Wanneer een installatie zowel producten maakt die wel als niet onder de regeling vallen, wordt enkel het gedeelte van het elektriciteitsverbruik dat verband houdt met de in aanmerking komende activiteiten meegenomen in de berekening.
De uiteindelijke steun hangt daardoor sterk af van het type productieproces, de sector en de energieprestaties van de installatie. Bovendien verschilt de maximale steunintensiteit per lidstaat en dan nog eens per type NACE- code.
Vraag 6 - Welke verplichtingen gelden na toekenning van de compensatiesteun?
De compensatie voor indirecte emissiekosten is geen onvoorwaardelijke steunmaatregel. Nadat de steun is toegekend, moeten ondernemingen aan verschillende verplichtingen voldoen.
Europa stelt vier verplichtingen voorop:
Vermindering van het energieverbruik, voor zover de maatregelen een terugverdientijd van minder dan drie jaar hebben
Minstens 30% hernieuwbare elektriciteit inschakelen.
Minstens 50% investeren emissiereductieprojecten
Minstens 50% investeren in assets die systeemkosten van elektriciteit verlagen.
Het is aan de Vlaamse overheid om te bepalen welke verplichtingen effectief in Vlaanderen zullen worden opgelegd.
De compensatie vraagt dus het engagement om verder te investeren in energie-efficiëntie en de verduurzaming van de bedrijfsactiviteiten.
Vraag 7 - Wat betekent dit voor jouw bedrijf?
Voor ondernemingen in energie-intensieve sectoren kan de uitbreiding van deze compensatieregeling een interessante opportuniteit zijn. Tegelijk loont het om tijdig na te gaan of je organisatie voldoet aan alle voorwaarden en welke bijkomende inspanningen nodig zijn op het vlak van energiebeheer en klimaatbeleid.
Bij Denercon ondersteunen we bedrijven al jaren bij energieaudits, energieplannen, EBO-trajecten, CO2-reductie en strategisch energiebeheer. Daardoor kennen we niet alleen de verplichtingen, maar ook de kansen die met deze evoluties gepaard gaan.
Wil je weten of jouw onderneming in aanmerking komt voor de compensatie van indirecte emissiekosten? Wil je werk maken van een lager energieverbruik en een lagere CO2-uitstoot? Of wil je begeleiding bij de uitvoering van de investeringen uit het energieplan of de energieaudit? De experts van Denercon helpen je graag met een toekomstgericht energiebeleid.



